Het was wat lafjes, het afscheid van Ruud van Nistelrooy bij Real Madrid. Er werd netjes geklapt, hier en daar werd er een handje gegeven, beeldje gekregen van Guti en weg was Ruud. Op naar Hamburg. Veel had het allemaal niet om het lijf. Geen klein traantje, zelfs geen brok in de keel, helemaal niets. Vond Ruud helemaal niet erg trouwens, het is en blijft een gewone jongen. Bij een club als Real is het nu eenmaal een komen en gaan van spelers, het publiek is gewend aan afscheid nemen. Dat weet Ruud ook. Maakt niets uit, even goede vrienden.
Maar met alle respect, je had niet het gevoel dat er een echt grote speler afscheid nam. Hoe anders was dit op 17 augustus 1995. Het decor was het San Siro van AC Milan, die dagen namen Juventus en de plaatselijke FC het tegen elkaar op voor de Trofeo Silvio Berlusconi, een nietsbetekenende ode aan de aardse vervanger van God. Toch was San Siro stijf uitverkocht. De wedstrijd was leuk, maar die dag ging het om iets groters. Iets van een geheel andere orde. Die dag nam Milaan afscheid van een van de grootste voetballers die ooit op het heilige gras van San Siro had rondgelopen. Marco van Basten liep het veld op. Bruin suède jasje aan, daaronder een roze overhemd, een gewaagde keus. San Siro weent. En Fabio Capello weent mee. Wat een prachtig moment. Zo hoort een afscheid er uit te zien.

Volg ons op Twitter!