Zo zien wij Duitsers natuurlijk het liefst: huilend en diep teleurgesteld op een voetbalveld. Ik ben op het moment in Oostenrijk – godzijdank niet om voetbal te verslaan –, en daar delen zij deze typisch Nederlandse voorliefde, zo blijkt. Andere opvallende overeenkomst: het lukte de Oostenrijkers even vaak als Nederlanders om West-Duitsland pijn te doen – leve de val van het ijzeren gordijn, maar god, wat ik mis dat voorvoegsel West toch hevig! Goed, de halve finale van het EK‘88 was een heldhaftig moment om toe te slaan, en wij hadden de grote San Marco om het vonnis te voltrekken, maar het gewicht dat Oostenrijkers aan hun enige voetbaloverwinning op Duitsland toekennen, de overwinning op het WK 1978 in Argentinië, is minstens zo groot als onze vreugde over de Europese titel tien jaar later. Begin in Oostenrijk over voetbal, en je hebt het binnen vijf minuten over het Wunder von Cordóba, ook wel liefkozend kortweg Cordóba genoemd.
Het wonder geschiedde op een koele maar heldere winterdag achterin juni 1978 – onthoud: we zijn op het zuidelijk halfrond. Oostenrijk trad met vijftien andere teams aan in de poulefase van het WK, en anders dan bij de Nederlanders bestond er in dat land geen enkele twijfel over deelname aan dit prestigeproject van de Argentijnse dictator Jorge Videla. Oostenrijk keek uit naar het toernooi, wetende dat er vele honderden fanatieke landgenoten op de tribunes zouden zitten, allen zo’n dertig jaar eerder naar Buenos Aires of Bariloche geëmigreerd. Tegen West-Duitsland zou het stadion al helemaal propvol zitten. Een beetje extra bloed aan de paal zou bij die confrontatie in het licht der historie nauwelijks opvallen.
Oostenrijk tegen West-Duitsland was in 1978 de derde en laatste wedstrijd in de WK-poule. West-Duitsland moest winnen om door te gaan naar de tweede ronde. De Duitse titelverdedigers hadden hun eerste twee wedstrijden gelijkgespeeld, tegen Nederland en Italië. De spanning in Coróba was om te snijden.
Karl-Heinz Rummenigge zette die Mannschaft na negentien minuten op voorsprong. Berti Vogts opende echter halverwege de eerste helft met een eigendoelpunt alsnog de wedstrijd voor de Oostenrijkers. Hans Krankl zorgde daarop voor de verrassende voorsprong; een luxe die maar twee minuten duurde. West-Duitsland zette even aan en kwam langszij.
Zo kabbelde de wedstrijd richting een verlenging. Al verwachtte iedereen een lucky escape van West-Duitsland. Maar toen sloeg het Oostenrijk gezinde noodlot toe: opnieuw trof Krankl doel, twee minuten voor tijd. Tijd voor een anschluss was West-Duitsland niet meer gegeven. Met de staart tussen de benen dropen zij na het laatste fluitsignaal in rap tempo van het veld, alle lebensraum op het gras latend aan hun zuiderburen.
Een waar volksfeest barstte los in de noordwestelijke stad in Argentinië. Vlaggen zwaaiden, feestende massa’s marcheerden door de straten.
Pijnlijk was slechts dat Oostenrijk zijn eerste twee wedstrijden in de poule kansloos had verloren: 5:0 van Nederland en 1:0 van Italië. West-Duitsland mocht dankzij Krankl dan het toernooi uitvliegen, Oostenrijk was al dagenlang uitgeschakeld voor de tweede ronde.
Eigenlijk is het Wunder von Cordóba dus een wat treurig en weinig heldhaftig verhaal. Toch zijn alle Oostenrijkers onverminderd apetrots op hun prestatie. Dat is toch ook karakter. Cordoba zal dankzij die wedstrijd in juni 1978 voor altijd Oostenrijks blijven, en gelukkig niet alleen meer vanwege al het SS-nageslacht dat er huist.
