Mijn favoriete plek in de kleedkamer is zonder twijfel de doucheruimte. Niet alleen omdat die in zijn structurele verval één brok nostalgie en oubolligheid uitstraalt, maar ook omdat de douche de beste plek is om ongezien je teamleden af te luisteren. Niemand doucht namelijk nog tegenwoordig. Ik sta meestal in mijn eentje onder het miezerige straaltje kokendheet water, waarvan de temperatuur, dankzij het mechanisme uit 1952, met geen mogelijkheid te regelen valt. De rest van mijn team doucht thuis, op twee jongens na. Uit schaamte, neem ik aan.

De voetbaldouche was in mijn jeugdjaren juist de meest schaamteloze plek ter wereld, de plek waar teamgenootjes baldadig op de grond pisten, waar zij vloekten dat het een lieve lust was – ik kom uit een zeer christelijk dorp –, waar zij elkaar shampoo in de ogen spoten en waar sommigen zelfs openlijk de eerste donshaartjes op de balzak van een ander constateerden.

Niets meer van dat alles. Voetballers van tegenwoordig douchen het liefst thuis. Bezweet trekken ze meteen na de training hun dagelijkse kloffie aan. Naaktheid is zelfs in de ultieme mannelijke beslotenheid – of misschien juist wel daardoor – volledig taboe geworden. De kleedkamer dient alleen nog als praatruimte, om even uit te puffen na een wedstrijd, met kleren aan.

Van de twee teamgenoten die wel douchen doet één dat bovendien met onderbroek aan. Ook zo’n vreemde gewoonte die de laatste jaren in hoog tempo voet aan de grond heeft gekregen. Allereerst onder moslims, een jaar of tien geleden. Dat verbaasde mij nog niet zo, al leek het mij ook toen al buitengewoon ongemakkelijk om de douchegel in je boxershort te moeten spuiten en vervolgens, met één hand in je broek, het schuim langs alle naden zijn weg naar buiten te zien zoeken. Maar goed, van de islamitisch-mediterrane wereld is de fobie voor naakte huid al langer bekend.

De teamgenoot waarover ik het nu heb, is gewoon atheïst – of agnost waarschijnlijk, gezien zijn intellectuele capaciteit. Ik vroeg hem gisteren waarom hij toch in hemelsnaam met onderbroek aan doucht. ‘Hij schaamt zich voor zijn kleine piemel,’ kirde teamgenoot N., een vriend van de onderbroekdoucher, voordat deze zelf goed en wel had kunnen antwoorden. De jongen met boxershort dacht even na, besefte waarschijnlijk dat inderdaad geen enkel antwoord op mijn vraag meer hout zou snijden, en besloot zich dus quasi nonchalant lachend aan te sluiten bij de verklaring van vriend N.. Hij had inderdaad een kleine piemel, zei hij wat dommig.

In werkelijkheid is het onderbroekdouchen niets anders dan kuddegedrag: mode, meeloperij. Schaamte werkt immers aanstekend. Je voelt je veel naakter onder een douche naast iemand met een boxershort aan. Gaat er één in het team met een onderbroek aan douchen, dan volgt dus al snel de rest. Ik hoorde dat bij het tweede elftal van mijn club letterlijk niemand meer zonder onderbroek doucht.

Maar goed, ik had het over afluisteren. Want dat kun je mooi, zo alleen onder de douche. Het is een feest, een waar genot, om de discussies van mijn team te kunnen volgen zonder dat ik er op in hoef te haken. Zo was er dat legendarische gesprek over verjaardagen.

‘Er is dit jaar gewoon iemand jarig op 11/11/’11,’ begon teamgenoot N. – ik heb geen idee meer wat de aanleiding was.
‘Ja, en iemand op 12/12/’12,’ kaatste M. snel terug – de wise ass. ‘Dat is pas een mooie dag om jarig te zijn.’
‘Maar dan was er dus ook al iemand jarig op 10/10/’10, en op 09/09/’09, en ga zo maar door,’ haakte een derde teamgenoot nog slimmer in. ‘Dat is bizar toch?’

Ik durfde de bizarheid van dit feit best in twijfel te trekken, maar deed dat niet. Dat is nou net de luxe van de douche – je hoeft niets.

‘Denken jullie echt dat er op elke dag van het jaar wel iemand jarig is?’ vroeg een vierde bij het gesprek aangehaakte teamgenoot – vreemd genoeg hoorde ik oprechte twijfel in zijn stem.
‘Over de hele wereld… ik denk het wel,’ antwoordde N. voorzichtig.
Even was het stil. Maar toen klonk het stellig uit de mond van M.: ‘Nee man, elke dag van het jaar? Dat kan nóóit.’

Ik besloot dat ik nog lang niet schoon genoeg was.

Over de Auteur

Clarence Chimpanseedorf Clarence Chimpanseedorf werd geboren in de Surinaamse rimboe. Al snel bleek dat hij goed kon hooghouden met appels, kokosnoten en jawel... Edammer kaas. Dat laatste bracht hem naar Nederland, waar hij direct uitgroeide tot een ster. Toch bleef hij zich miskend voelen. Voor hooghouden met manchego of parmazaan krijg je de handen nu eenmaal makkelijker op elkaar. Clarence vertrok daarom naar Spanje, en later naar Italië, waar hij dan toch de waardering zou vinden waarnaar hij zo lang op zoek was geweest.

Gerelateerde artikelen:

3 comments op “Dagboek uit een amateurkleedkamer (deel II)”

  1. De Wijze Aap zegt:

    Bonobo-aap, je hebt jezelf weer overtroffen. Wat een waarheid vertel je over het ritueel der gezamenlijk douchen. Het is een onderdeel van het voetbal dat nooit zou moeten verdwijnen. Douchen kan een team maken of afbreken, dat moeten je teamgenoten beseffen. De douche brengt samen, onder de douche ga je elkaar beter begrijpen, de douche verbindt.

  2. Homeslice zegt:

    Ik kan je uit betrouwbare bron vertellen dat er ook op de sportschool steeds minder gedoucht wordt…. tot mijn grote verbazing vinden sommige mensen het aangenamer om zich na een uur spinnen al zwetend weer in het overhemd te wurmen dan om eventjes onder de douche te gaan staan, al dan niet met onderbroek. Op dit laatste heb ik overigens nog niemand kunnen betrappen…

  3. Femke zegt:

    Hahaha! Tot de verbeelding sprekend verslag!

Post een comment.


Social Widgets powered by AB-WebLog.com.

Switch to our mobile site