Met zijn ziel onder de arm schuift hij aan bij het ontbijt. Yvonne en Daley zitten er al. De jus versgeperst, uit het Nespresso-apparaat valt de laatste druppel koffie, de geur van versgebakken croissantjes vult de keuken. Het ziet er heerlijk uit. Het ruikt heerlijk. Het is heerlijk. Alleen vandaag heeft hij geen trek. Zijn vrouw Yvonne kijkt hem aan en doet een verwoede poging tot een glimlach. Ze wil laten weten dat ze weet wat hij doormaakt. ‘In goede en slechte tijden,’ had de pastoor in de Oude Kerk gezegd. Ze doet haar best om aan die belofte te voldoen. Het is goedbedoeld, maar de oud-voetballer vangt de signalen niet op. Op de achtergrond wordt op Q-Music de Engelse versie van het Songfestivallied van de 3J’s aangekondigd. Zoon Daley kijkt naar zijn bord. Uit plaatsvervangende schaamte durft hij zijn vader niet aan te kijken. Zijn zoon weet hoe er op de club over de ouwe wordt gepraat. Het doet hem zichtbaar pijn. Daley weet niet precies hoe de vork aan de steel zit. Vader praat er thuis niet over. Houdt het voor zichzelf. Een pijnlijke stilte gevuld door Q-Music maakt het nog pijnlijker.
Normaal staat de radio niet aan, maar praat hij honderduit. Over gisteren, vandaag en morgen. Hij neemt een hap van zijn croissant en kijkt op. Op de muur hangen foto’s van hem. Ooit had hij succes. Vele landskampioenschappen, de Europa Cup II, de UEFA Cup, de Champions League en de Wereldbeker. Jarenlang op handen gedragen, een clubicoon werd hij genoemd. Supporters sloegen hem op de schouders. Lachten. ‘Over 50 jaar loop jij hier nog rond.’ Een club kan meerdere iconen hebben, dat is de laatste dagen wel duidelijk geworden. De een blijkbaar belangrijker dan de ander. ‘Eet je nog iets, schat?’ vraagt zijn vrouw. Hij slaat zijn ogen neer. Met zijn vingers masseert hij zijn slapen. Hoe kon het ooit zo ver gekomen zijn? Hij wordt afgeserveerd. Als een van de vele trainers en technisch directeuren voor hem. Zijn 25 jaar inzet voor de club betekent niets meer. Hij is een passant. Zijn toekomst ligt in de provincie of erger nog op het Zuidelijk halfrond. Tenminste, dat las hij gisteren in de krant. ‘Ik ga,’ zegt hij nors. Als hij de deur opent blaast de wind heftig door zijn weinige haren. Ooit had hij een mooie krullenbos. Ook dat is verloren gegaan. Met een druk op de knop gaat zijn Mercedes open. Prachtige auto. Van de club. Dat dan weer wel.

Arme Danny… ‘Ik kan echt niet geloven dat Cruijff zo over me denkt. Cruijff heeft me gemaakt.’ Arme Danny… en nu heeft Cruijff je dus ook gesloopt… Ik geef het je te doen, clubicoon van Ajax zijn. Maar wel een mooi verhaal Wijze Aap!