Als er één plek ter wereld is waar stijl, merk en mode er toe doen, dan is het wel het voetbalveld. Of de kleedkamer eigenlijk, want op het veld blijkt altijd snel te overduidelijk dat mooie Nike’s nog geen goede voetballer maken. In de kleedkamer kan echter nog ongestraft de sfeer van professionaliteit worden gefingeerd. Het is ongelooflijk hoe veel enkels er wel niet puur voor de show met tape worden ingezwachteld vlak voor de amateurwedstrijd. Gloednieuwe Adidas fleezeshirts verdwijnen onder de half versleten clubtenues. En iedereen heeft dezelfde schoenen als Wesley Sneijder, die met een oranje gloed op de hak – die van het WK. Nog even zo’n hip haarkoortje door de manen, een zweetbandje om de linkerpols en klaar is Kees.
Sommige amateurvoetballers overdrijven hun kopiedrang een beetje. Er zijn bijvoorbeeld altijd wel twee of drie spelers die tijdens het omkleden hun iPod op hebben. Net zoals de spelers van Ajax, als zij de bus uit komen stappen. Voor de concentratie. Ik vraag mij wel eens af wanneer de eerste teamgenoot zijn zegelring met tape af gaat plakken, om er na een doelpunt een kus op gaat geven, zoals de profs altijd met hun bepleisterde trouwring plachten te doen.
Klagen over de bal – die altijd of te hard of te zacht is opgepompt –, dat is momenteel ook erg hip op de Nederlandse amateurvelden.
Maar bij uitstek wordt alle modegevoeligheid verwerkt is de mobiele telefoon. In dat opzicht zijn amateurvoetballers net mensen. Mijn teamgenoten zijn er in ieder geval een hele zondagmiddag mee bezig: voor de wedstrijd, in de rust en na afloop meteen even de scores sms’en naar vrienden. Soms zelfs even een kort belletje in de dug-out tijdens de wedstrijd. En ondertussen natuurlijk vooral commentaar leveren op elkaars smartphone. De meesten hebben hun apparaat elke zondag quasi-casual op het kleedkamerbankje naast zijn tas met voetbalspullen liggen.
Voetballen is een sport van er bij horen, een sport van haantjes en van uiterlijk vertoon. Voetbal gaat om trucjes, om de mooiste pass, de beste techniek en de prachtigste goal. Het trekt mensen aan met een voorliefde voor gadgets, voor het snelle scoren, voor oppervlakkigheid en expliciet succes.
Het mooist vatte M. een tijdje geleden de sfeer samen van zien en gezien worden in de kleedkamer. De discussie draaide om zijn geurtje, zijn eau de toilette, want parfum is ook al zo’n typisch middel waarmee voetballers elkaar graag de loef afsteken. M. spoot na de wedstrijd wat van zijn Armani op, een geurtje in een sobere gele verpakking. Ik meende in de vlugheid te zien dat het nep was – maar wat doet dat er eigenlijk toe.
Keeper L. had het geurtje van M. echter ook gezien. ‘Jezus man,’ schreeuwde hij minachtend door de kleedkamer. ‘Doe jij dat op? Dat geurtje heeft toch iedereen tegenwoordig.’
Heel even leek M. van zijn à propos. Ik had met hem te doen. Alles er voor doen om er bij te horen, en dan, als je dat gelukt is, de hoon krijgen dat je niet origineel bent. Mode is ook lastig. Maar toen leek M. zich te hervinden. Hij draaide zich om naar L., en zei stoer en zonder ook maar een greintje ironie de legendarische woorden: ‘Ja man, iedereen heeft het… en ik heb het ook.’
