Waar de Tour de France Nederland in de ban houdt, is Zuid-Amerika deze dagen in de ban van de Copa America. Copa America, de naam roept beelden van dansende vrouwen, swingend voetbal en emotionele taferelen op. Niets is minder waar, de samba is ver te zoeken. Zowel op als rond het veld is het vooral afzien.
Het begint bij de organisatie. Vorige week stond de eerste wedstrijd van Brazilie op het programma, tegen Venezuela. Stipt negen uur, de oorspronkelijke begintijd van de wedstrijd, zat de Wijze Aap voor de tv, Sport1 aan, zakje chips in de linkerhand, een biertje in de rechter. Het is vijf over negen. Vijf minuten na de officiële aftrap komen de twee ploegen het veld opsjokken. Netjes in een rij gaan staan en meezingen met het volkslied. Zo hoort dat. Volkslied? Een puur minuten stilte en veel vragende blikken verder. O shit, de organisatie is het volkslied vergeten. De 22 spelers halen hun schouders op en geven elkaar een handje. In het halfvolle stadion heerst een matte sfeer.
Duidelijk, de organisatie van de Copa America krijgt een dikke onvoldoende. Maar ook het voetbal is niet om aan te gluren. Brazilië was zoveel beter dan Venezuela dat er van een wedstrijd nauwelijks sprake was. Neymar, Pato, Robinho c.s. tikten er lustig op los. Van een degelijke Venezuelaanse verdediging bleek geen sprake. Toch werd er niet gescoord. Iets wat exemplarisch is voor de Copa 2011. In 10 wedstrijden zijn 13 doelpunten gemaakt.
Het is afwachten of deze Copa nog beter wordt. Twee grote kanshebbers, gastland Argentinië en Uruguay, zijn half uitgeschakeld. Daarnaast spelen deze ploegen simpelweg dramatisch voetbal. De druk ligt bij Brazilië. Vanavond spelen de Goddelijke Kanaries tegen Paraguay. Tijd voor actie. Laat de samba beginnen!
